1945-1959: Wederopbouw
In de eerste jaren na de oorlog hebben adverteerders het gemakkelijk. ‘Ze zijn er weer!’ is genoeg om hun merkartikelen, die vaak jarenlang niet te krijgen waren, aan te prijzen. Campagnes als ‘Het bier is weer best’ en ‘Uit, goed voor U!’ ademen de knusse sfeer van de jaren vijftig. In de campagnes uit de jaren vijftig draait alles om het gezin en vooral om de huisvrouw. Reclamemakers gebruiken vaak de gebiedende wijs: ‘Zorg ervoor dat u altijd Droste’s verpleegster Cacao in huis hebt’.
Censuur
De reclame is 'braver' dan ooit. Uitgevers houden in de gaten of de advertenties wel netjes zijn. Zoniet, dan komt de retourcheerder eraan te pas. Een vrouw die in een advertentie in Libelle een bh draagt, wordt in een advertentie in het katholieke Beatrijs als silhouet afgebeeld, met de bh los, want dat is minder aanstootgevend.

Marketing
Toch doen er zich in de jaren vijftig ook nieuwe ontwikkelingen door. Bureaus als Lintas en Prad maken gebruik van marktonderzoek om hun campagnes te onderbouwen. Vanuit Amerika maakt men kennis met het fenomeen marketing. De marketing-leer geeft aan dat reclame planmatig moet worden aangepakt. Vernieuwend is ook het werk van het bureau Ferrée, Frenkel Frank en De Boer. De campagne voor de 2cv, beter bekend als ‘de lelijke eend’ loopt al vooruit op de reclame uit de jaren zestig.
Kritiek
Af en toe klinkt er kritiek op de reclame, onder meer van de Consumentenbond, die in 1953 wordt opgericht. Veel beroering wekt het boek De Verborgen Verleiders van de Amerikaanse journalist Vance Packard. Pacard stelt dat reclamemakers op de onderbewuste verlangens van de consument inspelen. Zijn voorbeelden zijn vooral afkomstig van de dieptepsycholoog Ernest Dichter.
Aanzien
Maar veel reden tot bezorgdheid heeft de reclamebranche niet. Reclame wordt gezien als een onmisbaar element van de consumptiemaatschappij. Het reclamevak krijgt eindelijk maatschappelijk aanzien.










