1900-1929: Regulering en opkomst vakpers
Het reclamevak trekt rond 1900 heel wat scharrelaars aan, want iedereen kan zo een eigen bureau beginnen. Door de wildgroei aan bureaus ontstaat er behoefte aan regulering. De Nederlandse Dagbladpers en Nederlandse Periodieke Pers stellen in 1915 voorschriften op waarin adverteerders en advertentiebureaus zich moeten houden: de Regelen voor het Advertentiewezen. Bureaus die aan de voorschriften voldoen, krijgen een erkenning die recht geeft op 15 procent korting bij het plaatsen van advertenties. De 15 procent zullen decennialang de basis vormen van de bureauhonorering.
VEA
Mede naar aanleiding van de Regelen wordt in 1917 de Vereeniging van Erkende Advertentiebureaux (VEA) opgericht. De VEA komt voor uit de in 1912 opgerichte Vereeniging van Houders van Advertentiebureaux. Bij de VEA zijn bureaus aangesloten die het predicaat ‘erkend’ mogen voeren. Ook de adverteerders verenigen zich: in 1919 wordt de Bond van Adverteerders (BVA) opgericht.

Reclamebureaus
Advertentiebureaus gaan zich steeds vaker ‘reclamebureau’ noemen. Die aanduiding staat ook voor een andere benadering van het vak. Bureaudirecteuren Coppens en Knol kijken de kunst af bij buitenlandse collega’s en gaan complete campagnes ontwerpen. Han Coppens verzorgt in de jaren twintig voor Van den Bergh de campagne voor Blue Band, de grootste reclamecampagne ooit in Nederland gehouden.
Vakpers
De eerste reclamevakbladen verschijnen: De Ark, Bedrijfsreklame, De Reclame en Meer Baet. Ze zijn er op gericht het vak naar een hoger niveau te tillen. Er verschijnen artikelen waarin vakgenoten kunnen lezen hoe het wel en niet moet. Zo worden plegers van plagiaat genadeloos aan de schandpaal genageld.
Kunst en reclame
Adverteerders roepen in deze jaren voor hun campagnes regelmatig de hulp in van kunstenaars. Cassandre en Jac.Jongert houden zich met reclame bezig. De flirt tussen reclame en kunst levert prachtige resultaten op, affiches waar vandaag de dag veel geld wordt betaald. Maar kunstenaars hebben moeite met de zakelijke instelling van hun opdrachtgevers en adverteerders vinden dat de kunstenaars niet commercieel genoeg zijn. De flirt leidt dan ook niet tot een huwelijk.










